Reactie van prof. dr. E. Talstra

Vrije Universiteit Amsterdam

Faculteit der Godgeleerdheid

prof. dr. E. Talstra

Naar aanleiding van: Eliyahu Silver, Waarom weigert het joodse volk het Nieuwe Testament te erkennen?

Indeling van het paper van Silver:

Inleiding

  1. de betrouwbaarheid van het NT
  2. de goddelijkheid van Jezus
  3. Jezus als de messias
  4. Jezus als profeet
  5. Jezus’ houding t.o.v de niet-Joden
  6. Jezus’ boodschap van liefde en vrede
  7. De huidige status quo van de Christelijke kerken.

Inleiding

De Inleiding bepaalt de spelregels van de diskussie en daarmee ook meteen de moeilijkheid om echt tot een gesprek te komen. De spelregels bestaan uit:

1. de orthodox joodse overtuiging dat God op de Sinai/Horeb de Tora heeft gegeven, in de zin van: de eerste vijf boeken, de Pentateuch. Dat wordt dan de standaard waar al het andere alleen maar een uitwerking van kan zijn. Daarmee is elke diskussie over de vraag hoe Gods omgang met mensen verder in de geschiedenis onder woorden gebracht kan worden en over Jezus, als óóóók openbaring van God, voor christenen zelfs degene aan wie God werkelijk te herkennen is, in feite al beslecht.

2. de sterke nadruk op: ‘de Heer is éééén, uniek en universeel’ (Dtn 4,39; 6,4, etc.). Er is geen christen die dat zou ontkennen, maar het fungeert hier meteen al als een verwijt tegen het christelijk geloof in Jezus als de zoon van God. Een Jood heeft het volste recht om bezwaar te maken tegen het NT, maar christenen meteen vanuit de joodse traditie het recht van argumenteren afnemen, helpt niet bij het gesprek.

3. de definitie van de Messias als politiek-religieus bevrijder (in de lijn Bar- Kochba). Dan is het debat over Jezus verder een kleinigheid: hij heeft maar bitter weinig Romeinen verslagen, dus nu verwachten we maar liever een ander. Dat Jezus Romeinen net zo goed genas als Joden, is een revolutionaire daad, die in deze diskussie niet genoemd wordt. (Dat had eigenlijk wel gemoeten, in hoofdstuk 5.)

4. de centrale overtuiging in het christelijk geloof, dat Jezus’ dood en opstanding de verhouding tussen God en mensen fundamenteel heeft hersteld: verzoening en leven, wordt niet genoemd.

Met andere woorden, wat Silver hier doet, is een diskussie uitsluitend op zijn eigen voorwaarden. De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat ook christenen een lange traditie hebben van diskussiëëren op deze manier. Een behoorlijke dosis bescheidenheid is dus gepast, maar dat neemt niet weg, dat Silver niet echt een poging doet het christelijk geloof van binnenuit te begrijpen. Wat dat betreft zijn er betere voorbeelden, oa. indertijd Martin Buber en nu Pinchas Lapide.

Een extra opmerking over het eerste punt, de ‘Tora’:

Naar het Exodusverhaal heeft God op de Sinai de ‘Tien geboden’ voor Israel hoorbaar gesproken (Ex. 20) en heeft Hij aan Mozes de ‘uitleg’ gegeven in de vorm van de andere geboden die Exodus vermeldt. Verdere wetgeving in Leviticus en Numeri wordt ook bij de Sinai gepositioneerd of later, bij speciale aanleidingen. Het boek Deuteronomium zegt zelf dat het een latere ontvouwing is van de wet, door Mozes, aan de rand van het beloofde land (hoofdstuk 1 + 31). Zowel joodse (oa. M. Weinfeld en E. Tov uit Jeruzalem) als christelijke bijbelgeleerden nemen oa. daarom een veel langer durend ontstaansproces aan van de teksten van het Oude Testament.

Dat geeft een andere dimensie aan het gesprek over de spelregels van de joods- christelijke diskussie. Als het gesprek vertrekt vanuit een soort fundamentalisme van weerskanten (ons NT tegenover jullie OT) dan zal het nooit veel worden met deze diskussie. Wanneer christenen en joden samen studeren op de wortels en het groeiproces van hun beider overtuigingen, dan zullen ze het aan het eind nog steeds wel oneens zijn over Jezus, maar dan is er tenminste helder geargumenteerd over de gemaakte keuzes. Het orthodoxe, rabbijnse Jodendom staat in feite historisch en theologisch net zover af van de Hebreeuwse bijbel als het christendom. Beide hebben, de een in het NT, de ander in Mishna en Talmoed, een eigen manier om met de OT teksten om te gaan.

Het is bij het gesprek dus van fundamenteel belang of men de spelregels zo kiest, dat de een vanuit de eigen tekstopvatting de ander meteen ongelijk geeft, of dat men beide probeert recht te doen aan het gegeven dat beide godsdiensten een verschillende route zijn gegaan, omdat men wezenlijk verschillend denkt over ‘geschiedenis’, ‘openbaring’ en ‘heil’. Deze noodzaak tot een keuze omtrent de spelregels bepaalt ook de reactie op elk van de thema’s in het stuk van Eliyahu Silver.

De betrouwbaarheid van het NT

De geslachtsregisters bij Mth en Lucas bedoelen kennelijk niet een blik in het privéé familiealbum. Mth maakt de solidariteit van Jezus met het Joodse volk zichtbaar, va. Abraham. Zoals ook de verhalen over de geboorte en de doop bij Mth de taal gebruiken van de Exodus. Wil Mth zeggen dat met Jezus de ‘7e week’, de generatie van de voleinding is aangebroken? Voor het tellen in ‘weken’: 7 generaties, zie Daniel 9,2,24).

Lucas, de schrijver voor de bredere cultuur, toont de solidariteit van Jezus met de mensheid: telt terug tot aan Adam, ‘de zoon van God’. Dat ze op deze manier keuzes hebben gemaakt is duidelijk. Maar zo ongebruikelijk was dat niet. Hoe moet je bijv. de verschillen verklaren tussen twee geslachtsregisters van Juda: I Kronieken 2,3-55 em I Kronieken 4,1-23? Het dient geen doel om OT en NT tegen elkaar uit te spelen in een soort kampioenschap in historische betrouwbaarheid. Beide bijbelgedeelten zijn iets heel anders dan bundels archiefstukken. Het is overigens voor christenen wel van belang om zich dat goed te realiseren. Wat betreft het citaat van Jes. 7,14 in Mth. 1,22 heeft Silver eenvoudig gelijk: het Hebreeuws heeft: ‘jonge vrouw’, de Mth. tekst heeft ‘parthenos’: maagd. Geen exegeet zal dat tegenspreken. Maar wat Silver niet vermeldt, is het gegeven dat Mth. (en heel het NT) niet citeert uit de Hebreeuwse tekst, maar uit de Septuaginta, de oude (oorspronkelijk ook joodse) griekse vertaling, waar in Jes. 7,14 ook ‘parthenos’ staat. Daarom is de conclusie: “het NT heeft het OT verkeerd geciteerd” historisch niet juist. Dan moet je eerst zeggen: “de Septuaginta heeft het OT verkeerd vertaald”. Of wel, dan hebben joden en christenen samen een fout gemaakt.

Vervolgens: ook christelijke oudtestamentici zullen zeggen dat Jes. 7 gaat over een prins uit de lijn van David ergens in de 8e eeuw v. Chr. Dat is wat de tekst beschrijft. Het ‘geschil’ hoeft niet te gaan over de ‘analyse’ van de Jesajatekst. Het moet gaan over de vraag of christenen, in navolging van Mth, overtuigd mogen zijn van de openbaring van God in Jezus, zodat oa. de Jesajatekst mag worden herlezen als vervuld in de komst van Jezus.

Ook het Oude Testament zelf kent deze lijn van voortgaande vervulling (bijv. Deut 12: rust = bezit van het land; II Sam 7: rust = bezit van een koning; I Kon 8: rust = bouw van de tempel; vgl Psalm 132,4,14). Ook de joodse traditie, blijkens Septuaginta en Dode-Zee rollen ging zo met de teksten om: Jes 32 ‘Tarsis’, wordt in de Septuaginta vertaald met ‘Carthago’; Dode-zee rol Habakuk: ‘Chaldeeëën’ wordt uitgelegd als ‘zeevolken’, di. Romeinen. De tekst werd gelezen en vertaald als van toepassing op de eigen tijd!

Mattheüüs deed niets bijzonders, wetenschappelijk gezien. Het is echter voor Joden en Christenen gemeenschappelijk een uitdaging: hoe ga je om met een teksttraditie die kennelijk selectief wilde en durfde zijn?

Je kunt met zulke voorbeelden wel door blijven gaan: Het getal 75 in Handelingen 7,14 klopt niet op Gen. 45,27 en Ex. 1,5. Idem, de uitspraak over Zacharia in Mth. 23,35. Ook dat wordt door geen exegeet ontkend. Er zijn allerlei generaties met de teksten aan het werk geweest, waardoor verschillen zijn ontstaan. Alleen, dat geldt net zo goed voor het OT (Samuel-Koningen, Kronieken). Men moet de gang van ‘de geschiedenis’ niet eenzijdig bij het NT in rekening brengen.

Daarom, de hele passage over de nauwkeurige overschrijftechnieken bij de joodse orthodoxie klopt wel, maar dan gaat het al over het overschijven, en niet meer over het ontstaan van de bijbel. Men heeft eerst het ontstaan vastgelegd en beveiligd in de gedachte van de letterlijke openbaring van de hele Tora op de Sinai (zie boven) en beperkt zich dan tot de claim van een zuivere overschrijf- techniek. Dat is een wat gemakkelijke manier van werken. De gegevens bewijzen anders, daarover zijn joodse en christelijke bijbelgeleerden het eens:

Ik verwijs naar het prachtige standaardwerk van prof. Emanuel Tov, Hebrew University, Jeruzalem: Textual Criticism of the Hebrew Bible, Minneapolis/Assen: van Gorcum, 1992 Op p. 104, 212, 269 spreekt hij over een ‘detail’ in Deuteronomium 32,8:

8 Bij het bepalen van de erfdelen der naties door 'Eljn',
bij zijn indeling van de mensenkinderen,
stelt hij het gebied van de volkeren vast
naar het getal van "de zonen van Israel".
9 Zo is het aandeel van JHWH zijn volk,
Jakob het hem toegemeten erfdeel.

De Griekse vertaling heeft: “zonen der goden”. De oudere Dode-zee tekst heeft dat ook [4QDeut]<a class=”new” href=”/ProfTalstra/createform?page=4QDeut” title=”create this page”>?</a>! (Cf. KBS; nieuwe Willibrord). De offici&euml;&euml;le tekst (MT) is dus jonger.

MT: zonen van Israel; Q: zonen der goden (vgl. Ps. 82) LXX: zonen der goden Aql: engelen van God

Ik zie geen reden om de tekst aan te passen, zoals oa. in de KBS vertaling gebeurt. Maar joden en christenen moeten wel samen nadenken over het verschijnsel ‘traditie’ in de bijbeltekst. Dat is in OT en NT beide volop aanwezig.

De goddelijkheid van Jezus

Over dit thema zegt Silver alleen dingen die voortkomen uit zijn vertrekpunten, genoemd in de inleiding. De NT teksten die hij citeert zijn correct. Het is alleen voor christenen pijnlijk om dan te horen: ‘Dit is afgoderij!’ Een beetje minder mag ook wel, als je tenminste echt op gesprek uit bent.

Jezus als de messias

Hier geldt hetzelfde. De uitgangspunten hebben al beslist dat Jezus geen Messias kan zijn (naar Joodse definitie). Dat klopt, dat is ook niet wat christenen geloven. Een Messias die Romeinen geneest in plaats van ze over de kling te jagen, is inderdaad wat anders. (Of christenen in hun eigen geschiedenis dat nu zo goed begrepen hebben, is weer een ander verhaal).

Overigens maakt Silver de definitie van Messias wel erg breed: teksten waar geen Messias in voorkomt (Amos 9; Jes. 2, etc. gaan over de ‘nieuwe tijd’, ‘laatst der dagen’).

Ook de verwijzing naar Jona (Mth. 12) is een beetje flauw: het gaat daar niet om het aantal (‘op de derde dag’ en ‘na drie dagen’ wordt hier met elkaar geassocieerd), maar om wat volgt: Nineve bekeerde zich ...

Jezus als profeet

Is een profeet een ‘voorspeller’? Een voorspeller volgens de tijdrekening op onze kalender? Ook het “kijken naar de profetische kwaliteiten van Jezus” is een beetje flauw van toon. Als je zo het OT leest, klopt er &oacute;&oacute;&oacute;&oacute;k van alles niet (bijv. de profetie in I Kon 21; 22 en II Kon 9 over Naboth, Achab en Izebel).

Dus, &ograve;&ograve;f we kijken weer samen naar de gehele teksttraditie &ograve;&ograve;f we hebben geen echt gesprek. De toepassing van de wet uit Dtn 18 op Jezus is daarom niet overtuigend. Waarom mag ik niet blijven geloven in de profetie dat de ‘Mensenzoon op de wolken des hemels zal komen’? Dat ‘dit geslacht niet voorbij zal gaan’ heeft misschien wel te maken met de manier waarop je het geslachtsregister uit Mth 1 moet lezen!

Het slot van deze passage heeft iets heel gevaarlijks voor de diskussie: Moet Jezus - opnieuw - ter dood gebracht worden? Dtn 18. Moet met Dtn 13 ‘het kwaad’ uit Israel uitgeroeid worden? Zo geeft Silver opnieuw royaal voedsel aan een afschuwelijke uitwerking van joods-christelijke onenigheid. Dit stukje uit zijn betoog heeft mij echt ontsteld. Christenen hebben - eindelijk - afgeleerd om over ‘godsmoord’ te spreken, waarom moet een Jood dan nu een uitdaging tot profetenmoord weer in het gesprek inbrengen? Dit is heel pijnlijk.

Jezus’ houding t.o.v de niet-Joden

Ook hier gaat de diskussie wel erg kort door de bocht. Het gesprek in Mth. 15,21vv. wordt door de meeste uitleggers gezien als juist een argumentatie ten gunste van de volkeren. Juist groepen uit de joden of jodenchristenen noemden in die tijd de volkeren wel ‘honden’! De vrouw maakt er een soort geuzennaam van. Jezus geeft haar gelijk, maar pas na zijn opstanding volgt de opdracht de volkeren het evangelie uit te leggen. Dus, Mth 10 geldt de periode daarv&oacute;&oacute;&oacute;&oacute;r: eerst Isra&euml;&euml;l.

Samen moeten we dan nog maar eens studeren op de politiek van afzondering bij Ezra en Nehemia! Die mag Silver toch ook wel even noemen.

Jezus’ boodschap van liefde en vrede

Je kunt wel aan de gang blijven: de boodschap van liefde en verzoening roept aggressie op. Dat is waar Jezus op wijst, oa. in Mth 10,34. Dat is geen oproep tot agressie, oid. Wat Silver aan Jesaja toeschrijft (Jes. 50,6) is volgens christenen door Jezus vervuld. Moeten Joden en christenen hierover nu echt een wedstrijd in zachtmoedigheid aangaan?

Het is niet zo moeilijk om ook in Mishna en Talmoed teksten met een zekere agressie te vinden, oa. in de babylonische Talmoed, traktaat Sanhedrin 43A, waar het gaat over Jezus en 5 van zijn leerlingen. De rabbijnen verzinnen daar voor alle vijf een bijbeltekst om aan te geven dat de leerlingen de dood verdienen. Voor Mattai (Matthe&uuml;&uuml;s) hebben ze de tekst van psalm 41,6: “Mattai zal sterven en zijn naam zal verloren gaan.” Het Hebreeuws ‘mattaj’ betekent: ‘wanneer?’, maar nu wordt het op de klank af op Mattaj/Mattheus toegepast.

We moeten dus over de spelregels praten: Of elkaar blijven bijten en dan is het niet zo’n probleem om over en weer wat met teksten te smijten; of serieus naar elkaars ervaringen, teksten en overtuigingen kijken.

De huidige status quo van de Christelijke kerken

Hier geldt hetzelfde. Eerst maar eens elkaars teksten lezen. Wat mij betreft, te beginnen bij Romeinen 11,1: “Heeft God zijn volk (Isra&euml;&euml;l) verstoten? Volstrekt niet!” Silver suggereert dat kerken geloven dat God zijn volk heeft verworpen. De geschiedenis leert, dat dat idee steeds weer opkomt, zeker. Maar opnieuw, de spelregels: &ograve;&ograve;f we lezen samen de teksten, en dan moet ook Paulus aan het woord komen, &ograve;&ograve;f we kijken samen naar onze wel erg menselijke geschiedenis, en dan is er veel reden tot schaamte. Maar een diskussie mislukt, als je alles door elkaar gebruikt, op momenten dat je dat handig vindt.

De ode aan de staat Israel sla ik maar over. Mijn Israelische collega’s in Jeruzalem en elders, denken daar wat genuanceerder over. Men kan niet meer zomaar over de staat Israel spreken zonder ook een mening te geven over de moordenaar van Rabin. Het is niet anders, ook het Joodse volk is onderhevig aan alle menselijke eigenschappen. (Rom. 11,1 blijft overigens wel geldig.)

De laatste tekst, Jes. 56,7 over het bedehuis voor alle volken spreekt mij zeer aan. Ik heb naar mijn mening als christen het recht om te geloven dat de Messias reeds gekomen is en juist op grond van deze tekst alle menselijke eredienst ernstig heeft gekritiseerd (Mth. 21,13). God gaat aan alle menselijke godsdienst vooraf. Tegelijkertijd is dat iets wat Joden en Christenen samen heel goed weten: in de Talmoed, traktaat Berachot 7A, wordt ook Jesaja 56,7 geciteerd(regel1). Daar wordt gelezen “Ik geef hen (de volkeren) vreugde in het huis van mijn gebed” en een rabbi vraagt: Is het dan zo dat ook de Heilige zelf daar bidt? Antwoord: ja, de Heilige bidt: moge mijn erbarmen het winnen van mijn toorn.

Christenen geloven dat de Heilige dit eigen gebed verhoort heeft en blijft verhoren. Joden geloven dat toch ook. We verschillen over Jezus, de messias, die verzoening tot stand bracht tussen God en mensen. Christenen geloven dat op deze wijze de barmhartigheid heeft gewonnen, maar waarom zouden we niet tenminste steeds Jesaja 56 blijven lezen samen?

  1. Talstra

28 oktober 1999

 
vanrees.org logo

About me

My name is Reinout van Rees and I work a lot with Python (programming language) and Django (website framework). I live in The Netherlands and I'm happily married to Annie van Rees-Kooiman.

Weblog feeds

Most of my website content is in my weblog. You can keep up to date by subscribing to the automatic feeds (for instance with Google reader):